Passiefhuis

Jentje

Voor deze blog hebben we Jentje Steegstra geïnterviewd. Jentje wordt eigenaar van kavel 25 en 26. Kavel 25 blijft voorlopig nog onbebouwd; op kavel 26 komt een zogenaamd passiefhuis: extreme isolatie en minimaal energieverbruik.

Over de bewoners

Jentje (54) is ontwerper en bouwmanager van beroep; hij heeft 27 jaar op een architectenbureau gewerkt en heeft sinds 2013 zijn eigen bedrijf, BouwConcept en Advies. Het ontwerp van de woning is dan ook van zijn eigen hand. Hij gaat er vooralsnog alleen wonen, met in de weekenden zijn dochter die dan thuis komt. Het plan is om er op termijn met zijn vriendin te gaan samenwonen.

Jentje is bijzonder actief in de kopersvereniging; in het verleden als secretaris, nu nog als algemeen bestuurslid, maar eigenlijk steeds als de grote trekker en inspirator van het project de Peinder Mieden. Daarnaast is hij ook actief in de plaatselijke politiek. Het mag opzien baren dan zo een actief persoon een passiefhuis wil bouwen.

Zijn huisdieren krijgen ook een mooie plek op de nieuwe kavel: 2 geiten, één (!) kip en een kat. Wel oppassen dat de kat niet de weg naar het oude huis terugvindt: Jentje woont nu aan de noordkant van Opeinde.

Visie

Jentje beschrijft zijn visie: “De omgeving bepaalt het ontwerp van het huis; luister en kijk naar de omgeving. Glas op oost, zuid en west; oost is ontbijt, zuid is leven, lezen en werk, en west is ’s avonds genieten van het uitzicht en de ondergaande zon.”

Dat vult hij aan met zijn overwegingen bij het ontwerpen van het huis: “Een energieneutraal huis is mijns inziens in eerste instantie een huis met een uitgekiende plattegrond, met zo weinig mogelijk vierkante meters en kuub. Voldoende om te kunnen wonen en werken, met voldoende privacy voor de gezinsleden. Aan de andere kant moet je zoeken naar multifunctioneel gebruik, zodat je slim met de ruimte om kunt gaan. Je kunt dan denken aan verplaatsbare wanden en het beperken van gangen en deuren. Elke m2 kost geld en moet verwarmd worden. Niet voor niets staan de tiny-houses zo in de belangstelling: groot is uit, groot genoeg is de toekomst.”

Deze visie vindt z’n beslag in een aantal duidelijke uitgangspunten:

  • extreem isoleren zodat je geen energie kwijtraakt;
  • het elektriciteitsverbruik zo laag mogelijk houden;
  • veel energie opwekken zodat je meer dan energieneutraal uitkomt;
  • flexibel gebruik van ruimten, zodat je efficiënt gebruik maakt van de oppervlakte;
  • zo weinig mogelijk contactdozen en leidingen in de muren;
  • zoveel mogelijk biobased materialen, hernieuwbaar en lokaal geproduceerd.

Uitgangspunten en visie komen bij elkaar in Jentje’s plan om een zogenaamd passiefhuis te bouwen: een huis dat voldoet aan strenge eisen t.a.v. energieverbruik en isolatie. Voor mensen die meer willen weten over het ontwerpen van een passiefhuis raadt Jentje het Praktijkboek Passiefhuis aan.

Eetbaar hout en schuivende wanden

Jentje kan zijn ontwerp niet in één hokje plaatsen: het heeft o.a. aspecten van een lessenaarskap, traditionele bouw, Amerikaans en een loft. De onderstaande impressie spreekt voor zich.

Het huis komt niet op een terp, maar in een terp. De bezoeker komt door de voordeur op terphoogte in een portaal; vandaaruit gaat een korte trap omhoog naar de woonverdieping, en een trap naar beneden naar het souterrain waar o.a. de slaapvertrekken zijn. De vloer van de woonverdieping is ongeveer 3 meter boven het maaiveld.

Aan de oost-, zuid- en westkant wordt veel glas gebruikt om de warmte van de zon te vangen. De muren worden aan de buitenkant afgedekt met onbehandeld hout; waarschijnlijk wordt dat Siberische lariks – hout uit een koud klimaat met de jaarringen dicht op elkaar. Onbehandeld hout raakt op den duur wel verrot, maar dat geeft niet zegt Jentje: tot die tijd heb je er geen onderhoud aan, en wanneer je het vervangt kan het oude hout weer in de kachel (wel bij iemand anders, want Jentje heeft zelf geen kachel in huis). Een eetbare gevel, noemt hij dit.

Een andere bijzonderheid is dat de woonverdieping geen vaste binnenwanden krijgt. In plaats daarvan komen verrijdbare kasten, die aaneengeschakeld een verschuifbare wand vormen. Op die manier kan bijvoorbeeld een werkplek voor één gemakkelijk worden uitgebreid tot een vergaderruimte voor zijn bedrijf.

Jentje’s visie spreekt uit het ontwerp van de woning. Die lijkt verankerd in het landschap; de terp past mooi bij de omgeving, en maakt dat de woning lager lijkt. De hoogte van de woonverdieping en het glas rondom geven een prachtig uitzicht op de omliggende natuur.

Het volledige schetsplan is voor iedereen beschikbaar om in te zien; een momentopname, want Jentje schaaft de plannen geregeld nog wat bij.

Duitse manier

In zijn huidige woning heeft Jentje zelf een aantal verbouwingen gedaan, dus de handigheid heeft hij wel. Toch gaat hij voor zijn nieuwe woning niet zelf aan de slag: je kunt het beter overlaten aan anderen, die er toch beter en efficiënter in zijn, en die ook garantie op de kwaliteit kunnen geven. Als je je eigen uurtarief ertegenover zet, dan kan zelf bouwen sowieso nooit uit.

Wel gaat hij het bouwproces iets anders aanpakken dan gebruikelijk in Nederland. Hij noemt het de Duitse manier, waarbij de koper voor elke stap in het bouwproces (casco, afbouw, installatie, vloer, etc.) zelf een uitvoerder zoekt; i.p.v. de Nederlandse manier, waarbij je één aannemer kiest die verder alles regelt.

Voor het ondergronds gedeelte wordt een betonbak gegoten, die waterdicht wordt ingekapseld met een laag bitumen. Voor het bovengrondse gedeelte wordt houtskeletbouw gebruikt, met een prefab kapconstructie. Het houtskelet is berekend op 100kg/m2, o.a. om het sedum-groendak te kunnen dragen.

Hoewel Jentje voorkeur heeft voor biobased materialen, kiest hij toch voor kunststof kozijnen; die vergen minder onderhoud, en schelen in het gewicht. De vloer van de bovenverdieping wordt dan wel weer van hout (scheelt niet alleen in het gewicht, maar ook in de kosten).

Voor de casco-bouw heeft hij twee aannemers op het oog: Bouwbedrijf Been in Opeinde, en Kramer’s Bouwbedrijf in Sint Nicolaasga (heeft ervaring met het bouwen van passiefhuizen).

Hou de warmte binnen

Een passief huis is extreem geïsoleerd en heeft een bijzonder laag energieverbruik. De isolatie begint met het obsessief opsporen en afdichten van kieren die tijdens de bouw ontstaan, om te voorkomen dat de warmte in het huis weglekt.  Jentje heeft daar ervaring mee bij andere huizen waarbij hij de bouwcoach was. Overal waar bouwonderdelen op elkaar aansluiten (bijvoorbeeld de kozijnen in de muren) ontstaan kieren, omdat de aansluiting nooit perfect is. Deze kieren laat Jentje afdichten met een speciale tape; deze tape sluit de kieren luchtdicht af, en is flexibel genoeg om de lichte beweging die alle huizen door weer en wind ondervinden op te vangen.

Andere warmtelekken worden ook aangepakt: zo krijgt de voordeur geen brievenbusopening, en wordt hij voorzien van een valdorpel om de ruimte onder de deur volledig af te sluiten als hij dichtvalt. Achter de voordeur is een portaal dat dient als koude- en windbuffer. De afzuiging voor de keuken is het zwakke punt: om te voorkomen dat daar te veel warmte ontsnapt blaast deze niet direct uit op de buitenlucht uit, maar via in een holle ruimte die aan de onderkant open is. De kat zal vergeefs zoeken naar een kattenluik: net als de warmte komt de kat er niet uit als ie binnen is.

Voor de isolatie van de muren kiest Jentje voor cellulose  (in de vorm van vlokken gemaakt van gerecycled krantenpapier) van het merk Homatherm; de cellulosevlokken worden onder druk in wandvakken van de houtskeletbouw geblazen. De vlokken zijn met een met een ecologisch product brandwerend gemaakt. Hij heeft ook wel gedacht aan materialen als stro, hennep en houtwol, maar was bang dat deze materialen op den duur toch verweren. Om te voorkomen dat er openingen (warmtelekken!) in de wandisolatie moeten worden gemaakt, worden de leidingen en bedrading verwerkt in een voorzetwand.

De vloer van de benedenverdieping wordt geïsoleerd met elkaar overlappende EPS-platen. Op het dak komt eerst een laag standaard dakplaten met EPS-vulling van Unilin, met daaroverheen Kingspan PIR-platen; dat geeft tezamen een Rc-waarde van 10. Vervolgens wordt het geheel afgedekt met EPDM-folie voor een waterdichte laag; daarbovenop komt dan een sedum-groendak.

Jentje verwacht voor de woning een RC-waarde van 8 à 9 te kunnen bereiken.

Hou de warmte buiten

De ventilatie in de woning wordt verzorgd door een WTW-installatie, in de zomer aangevuld met zogenaamde zomernachtventilatie. Omdat er geen ramen zijn die open kunnen (ook dat voorkomt warmtelekken) zijn er daarvoor in de woning op twee plaatsen ventilatiegaten gemaakt, die dan in de zomernacht opengezet kunnen worden. Jentje onderzoekt nog of hij de WTW laat uitrusten met een CO2-meter; als er veel mensen in huis zijn kan de WTW dan extra ventileren als het CO2 gehalte binnenshuis oploopt.

De installatie wordt ook voorbereid op de plaatsing van een airco. De dagelijkse praktijk moet uitwijzen of de woning bij langdurige en extreme warmte ’s nachts voldoende afkoelt. Als dat tegenvalt dan laat Jentje te zijner tijd een airco plaatsen, die wordt aangesloten op de WTW. Zijn verwachting is dat die airco maar een paar dagen per jaar gebruikt zal worden.

Om te voorkomen dat door de zon in het glas de woning te warm wordt heeft het dak een overstek van 120cm, waardoor de hoogstaande zomerzon voor een deel wordt afgeschermd. Daarnaast komt er aan de buitenkant van de ramen een zonwering van lamellen, voorzien van een lichtsensor zodat de lamellen automatisch sluiten als het nodig is.

Energie

De energie voor het huis wordt opgewekt met zonnepanelen op de rand van het dak, en op het bijgebouw, totaal 36m2. De helling van de zonnepanelen wordt afgestemd op de stand van de winterzon. De opgewekte energie wordt o.a. gebruikt voor de verwarming van het huis en voor de warmwatervoorziening. Dus geen aardwarmte of iets dergelijks, en dat scheelt flink in de kosten.

Het huis wordt verwarmd door middel van elektrische vloerverwarming van het Nederlandse merk Magnum. Voor de vloerbedekking worden PVC-stroken gebruikt; een materiaal met een goede warmtegeleiding; weliswaar niet biobased, maar wel 100% recyclebaar.

Voor warmwatervoorziening in de keuken komt er een Quooker. Jentje onderzoekt nog of de Quooker ook warm water kan leveren aan een ‘hotfill’-geschikte wasmachine en vaatwasser. (Hotfill wil zeggen dat het apparaat het water voor het wassen warm aangeleverd krijgt, dus veel minder zelf hoeft te verwarmen.) In de badkamer komt een klein apparaat voor de elektrische verwarming van het water voor de douche. Voor de rest komen er geen warmwaterkranen in het huis.

Met het overschot aan zonnestroom overdag wordt een thuisbatterij gevuld. Deze levert ’s nachts de elektriciteit voor de apparaten in het huis. Om te voorkomen dat er ’s nachts onnodig stroom wordt verbruikt werkt Jentje met preferente groepen. Alle apparaten die ’s nachts niet nodig zijn worden op een niet-preferente groep aangesloten; deze groepen worden ’s nachts afgeschakeld zodat lekstroom onmogelijk is.

Al met al een doordacht en verrassend energieplan. Omdat er geen warmtepomp, boiler, buffervat etc. nodig is past de hele technische installatie in een ruimte van 1,5×1,5m. Voor de installatie zelf heeft Jentje De Vries Technies Buro uit Drachten gekozen: ze luisteren goed en zoeken de techniek die past bij een passiefhuis.

De draad kwijt

Jentje wil eigenlijk geen draden en geen contactdozen in de woning. Daar zal hij toch iets op moeten toegeven, maar hij is in ieder geval goed op weg. Zo kom de vaste telefoonaansluiting in de meterkast, aangezien die alleen in noodgevallen wordt gebruikt. Het TV-signaal wordt vanuit de meterkast draadloos verzonden naar de TV: dus geen TV-contactdoos in de woonruimte. Alle lampen worden draadloos bediend: geen schakelaars in de woonruimte. En ook het aantal contactdozen voor de elektriciteit wordt tot een minimum beperkt, bijvoorbeeld door te werken met een stofzuiger met een oplaadbare batterij.

Het erf

Jentje heeft twee kavels: één van 1500m2 waar het huis op komt, en één van 500m2 die vooralsnog niet bebouwd wordt. Op de eerste kavel komt ook een carport met ruimte voor 2 auto’s, en verharding voor nog eens 2 parkeerplekken. Voor de verharding gebruikt Jentje gewone stoeptegels, maar dan op de kop gelegd; hij vindt de onderkant van de tegels mooier.

Op de kavel komt ook een schuur voor de geiten, tuingereedschap, hooi en dergelijke. Voor het bouwen van de schuur heeft hij het timmerbedrijf De Spikerbak uit de Tike in gedachte. De tweede kavel wordt vooralsnog gebruikt als wei voor de geiten; omdat die wel in de wei moeten blijven wordt de afrastering die de gemeente plaatst aangevuld met schapengaas.

De tuin van de woonkavel wordt voornamelijk gras, aangevuld met enkele solitaire bomen en heesters, zoals hortensia’s, haagbeuk en eiken. Voor een deel van de kavel wordt de afrastering aangevuld met een ondiepe greppel, die soms droog en soms nat zal staan. Het voordeel van zo greppel is dat hij het overschot aan water opneemt als het nat is, en dat je ‘m voor onderhoud gewoon kan maaien als het droog is.

Advies

Jentje laat het inkopen van materialen over aan de bedrijven die hij in de arm neemt: dan heb je ook een duidelijk aanspreekpunt als je een beroep moet doen op de garantie. Ook de timing is een probleem als je gezamenlijk inkoopt: iedereen bouwt met z’n eigen tijdsplan, dan wil je dat de materialen volgens dat tijdsplan worden geleverd. Dat geldt niet zozeer voor sondering, dus dat zou wel gezamenlijk kunnen.

Hij heeft ook nog advies voor de leden die nog in de beginfase van het ontwerp van hun huis zitten. Maak eerst met de architect een schetsplan van de woning. Laat deze vervolgens doorrekenen door een constructeur, zodat je weet wat je opties zijn voor de constructie (bijvoorbeeld t.a.v. de dikte van de balken). Laat vervolgens de installatie ontwerpen; daarbij kan het ontwerp van de installatie en de constructie optimaal op elkaar worden afgestemd. Pas dan is het moment om het tekenbureau de details van het ontwerp te laten uit te werken.

Zijn laatste advies gaat over de financiering. Jentje hoort van anderen dat sommige banken problemen hebben met het verstrekken van een hypotheek op een appartementsrecht. Dat geldt in ieder geval niet voor de Rabobank; zij kennen de Peinder Mieden en de juridische constructie ter zake. Datzelfde geldt voor de Triodosbank. Beide banken hebben eerder een presentatie gegeven in een bijeenkomst van de kopersvereniging. Contactpersonen bij de Rabobank zijn Hans Stroosma en Patrick Hoekstra.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *